Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
donderdag, 12 juli 2012 12:00

Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen

Geschreven door 
Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen zijn normaal gesproken niet aftrekbaar; ze behoren tot de normale uitgaven binnen het huishouden. In bijzondere gevallen kan nog wel recht bestaan op aftrek van kosten van levensonderhoud (Art. 6.13 Wet IB 2001). Wanneer de eigen, geadopteerde en pleegkinderen, die jonger zijn dan 30 jaar, in belangrijke mate (30% of meer) door de belastingplichtige worden onderhouden, mag hij deze kosten aftrekken als uitgaven voor levensonderhoud voor kinderen. Op grond van art. 6.14 Wet IB 2001 gelden voor de aftrek de volgende voorwaarden:
a. de belastingplichtige, noch iemand anders die tot zijn huishouden behoort, heeft recht op kinderbijslag voor het kind;
b. het kind heeft geen recht op studiefinanciering;
c. het kind wordt in belangrijke mate onderhouden door de belastingplichtige. Dat wil zeggen dat deze minimaal € 408 (art. 2 Uitv.reg. IB 2001) per kwartaal bijdraagt in de kosten van het onderhoud van het kind.
We wijzen in dit verband nog op het volgende. Op 1 januari 2001 is ook de Wet beperking export uitkeringen in werking getreden. Op grond van die wet wordt geen uitkering verstrekt aan mensen die – al dan niet tijdelijk – in een land wonen waarmee Nederland geen verdrag heeft gesloten die controle op zo'n uitkering mogelijk maakt. Als iemand uitsluitend daardoor geen recht op kinderbijslag heeft, kan hij de kosten van levensonderhoud niet aftrekken.
Als iemand aan de voorwaarden voldoet, vallen de uitgaven in principe onder de persoonsgebonden aftrek. Net als voorheen gelden daarvoor echter maxima, afhankelijk van de leeftijd van het kind en van de mate waarin wordt bijgedragen in het levensonderhoud. Deze maxima zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind, en wel als volgt:

Tabel 14 Aftrekbaar bedrag voor uitgaven levensonderhoud kinderen
 

Leeftijd kind aan begin van kwartaal Kosten voor levensonderhoud Aftrekbaar
Kwartaalbedrag 
 van 0 tot 6 jaar €408   €290
 van 6 tot 12 jaar €408 €350 
 van 12 tot 18 jaar €408 €410 
van 18 tot 30 jaar  €408 €350 
van 18 tot 30 jaar  meer dan 50% bijdrage in de
totale kosten en minimaal €700
per kwartaal 
€700 
van 18 tot 30 jaar  90% of meer bijdrage in de totale
kosten en minimaal €1.050 per
kwartaal, terwijl het kind niet
tot zijn huishouden behoort. 
€1.050 

Bij bijvoorbeeld studentenuitwisselingsprogramma's komt het voor dat vooraf een bijdrage moet worden betaald voor het levensonderhoud van het kind tijdens diens hele studieperiode. Strikt genomen zou die vooruitbetaling niet als uitgaven van levensonderhoud aftrekbaar zijn, omdat op het moment van betalen nog geen onderhoudsverplichting bestaat. De staatssecretaris van Financiën heeft evenwel de hand over het hart gestreken en toegestaan dat zo'n vooruitbetaling toch mag worden afgetrokken.

Voorbeeld 61

Een kind gaat van 1 september 2005 tot en met 23 mei 2006 studeren in de Verenigde Staten. In verband hiermee moeten de ouders vóór 1 augustus € 7.000 betalen. Als ze voor het overige aan de voorwaarden voor aftrek voldoen, wordt genoemd bedrag toegerekend aan de periode 1 september 2005 tot en met 23 mei 2006. Hierdoor kunnen de ouders recht hebben op aftrek over het vierde kwartaal van 2005 en de eerste twee kwartalen van 2006.
 
Voor de beoordeling of een kind jonger dan 30 jaar in belangrijke mate wordt onderhouden, mogen de kosten van de belastingplichtige en zijn partner worden samengevoegd. Als die allebei uitgaven voor levensonderhoud van kinderen willen aftrekken, wordt het totale bedrag voor ieder van hen gehalveerd.

Eigen vermogen van het kind hoeft het recht op aftrek voor levensonderhoud van dat kind niet in de weg te staan, zo is in de rechtspraak uitgemaakt. Wel kan de omvang van dat eigen vermogen maken dat niet het volle pond aftrekbaar is.

In Hof Amsterdam 1 juli 2010, nr. 08/00976, LJN: BN0315, V-N 2010/55.1.2 is beslist dat belanghebbende geen recht op aftrek levensonderhoud kind heeft, omdat niet aannemelijk is geworden dat de zoon in de laatste 3 kwartalen van het jaar niet in staat was om betaald werk te verrichten. Belanghebbende voldoet niet aan de eis dat hij zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen tot het doen van de uitgaven. Tegen deze uitspraak is belanghebbende in cassatie gegaan. Het wachten is nu op het oordeel van de Hoge Raad.

In Hof Amsterdam 12 augustus 2010, nr. 08/00047, LJN: BN4211 volgt het hof de inspecteur in zijn opvatting dat voor het vaststellen van de hoogte van de eigen middelen van de ondersteunde zoon moet worden uitgegaan van zijn maandinkomsten ad € 595 plus de maandelijkse ontvangsten uit de afgesloten studielening ad € 250. Gelet hierop resteert een bedrag aan kosten van levensonderhoud dat de zoon niet uit eigen middelen kan betalen van € 122. Onder deze omstandigheden heeft belanghebbende zich redelijkerwijs gedrongen kunnen voelen in het levensonderhoud van de ondersteunde te voorzien tot een bedrag van maximaal € 122 per maand. Alsdan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de bijdrage ten minste € 386 (bedrag 2004) per kwartaal beloopt en heeft de inspecteur de geclaimde aftrek terecht geweigerd.

In HR 10 februari 2006, nr. 40 972, LJN: AV1383, BNB 2006/155 is de Hoge Raad van oordeel dat belanghebbende recht heeft op de buitengewone lastenaftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van kind, hoewel de dochter aanspraak heeft op studiefinanciering in de vorm van een rentedragende lening.

Laatst aangepast op donderdag, 13 september 2012 13:14
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Particulieren

Particulieren
Zorgtoeslag
Huurtoeslag
Kinderopvangtoeslag
Cijfers inkomstenbelasting
Aftrekposten
Snelwandeling door belastingstelsel
Geschiedenis
Boxensysteem
Box 1: inkomen uit werk en woning
Fiscale partners, gemeenschappelijk inkomen en persoonsgebonden aftrek
Partners en verwanten
Gemeenschappelijk inkomen
Persoonsgebonden aftrek
Verzamelinkomen
Inkomen uit werk
Geen aftrekbare arbeidskosten meer
Aftrekbare kosten
Inkomsten uit dienstbetrekking
Artiesten- en beroepsporterregeling
Fooien
Privégebruik auto van de zaak
Eigen auto en werk
Vrijgesteld loon
Resultaat uit overige werkzaamheden
Eigen woning
Samenwonen in gezamenlijke woning
Eigenwoningforfait
Enkele bijzondere regelingen
Begrip eigen woning
Aftrekbare kosten
Vereniging van eigenaren
Bijleenregeling
Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
Kapitaal verzekering eigen woning
Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Huis in buitenland
Voorlopige teruggaaf voor aftrekbare kosten
Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Oudedagsvoorziening
Regels in kort bestek
Vereenvoudiging splitsing van lijfrenten gesloten vanaf 2001
Vereenvoudiging splitsing pre-brede herwaardering slijfrenten
Welke lijfrenteverzekeringen zijn toegestaan
Aftrekruimte
Toegelaten aanbieders
Uitkeringen in buitenland
Oude lijfrentepolissen
Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
Kapitaalverzekeringen
Huidige systeem in kort bestek
Kapitaalverzekering in box 3
Kapitaalverzekering eigen woning
Voorwaarden kapitaalverzekering eigen woning
Vrijstelling
Niet meer aan voorwaarden voldoen
Oude kapitaalverzekeringen
Polissen vóór brede herwaardering
Polissen van na brede herwaardering
Als al eens een uitkering uit een kapitaalverzekering is genoten
Inkomen uit sparen en beleggen
Waardering van woningen
Binnenlandse belastingplicht gedurende deel van jaar
Vermogen in box 3
Gehuwden en fiscale partners
Vermogen van minder- en meerderjarige kinderen
Erfrechtelijke bezittingen en schulden
Vrijstellingen
Vrijgestelde bezittingen
Levenslooptegoed
Waardering
Verrekening dividendbelasting
Persoonsgebonden aftrek
Persoonsgebonden aftrek
Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen
Toerekening persoonsgebonden aftrek aan box-inkomen
Aftrekbare giften
Doorschuiving persoonsgebonden aftrek
Verliezen op beleggingen in durfkapitaal
Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen
Uitgaven voor specifieke zorgkosten
Weekenduitgaven voor gehandicapten
Scholingsuitgaven
Uitgaven voor Rijksmonumentpanden
Wetsvoorstel aftrek monumentuitgaven voor niet inwoners
Heffingskortingen

Login