Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
woensdag, 11 juli 2012 14:05

Vrijstellingen

Geschreven door 
Nadat bezittingen minus schulden zijn uitgerekend, houdt men een bepaald bedrag over: de rendementsgrondslag. Dat is echter nog niet het bedrag waarover belasting moet worden betaald. Men mag er namelijk ook nog een of meer vrijstellingen van aftrekken. In elk geval bestaat er recht op een heffingvrij vermogen – lees: vrijstelling – van € 20.785 per persoon (Art. 5.5, eerste lid, Wet IB 2001). Fiscale partners hebben samen een heffingvrij vermogen van € 41.570. Sinds 1 januari 2003 is de overdracht van (het heffingvrij vermogen en (tekst tot 2010)) de ouderentoeslag alleen mogelijk als men het gehele jaar dezelfde partner heeft of voor de toerekening van inkomens- en vermogensbestanddelen geacht wordt te hebben gehad (Art. 5.6, tweede lid, Wet IB 2001).

Buitenlands belastingplichtigen hebben geen recht op het heffingvrij vermogen. Wie in een jaar emigreert of immigreert, heeft dus ook alleen voor de periode van binnenlandse belastingplicht recht op het heffingvrij vermogen. Bij een keuze voor behandeling als binnenlands belastingplichtige (op de voet van art. 2.5 Wet IB 2001) bestaat er echter wel voor het hele jaar recht op.

In 2004 heeft belanghebbende, inwoner van België, in haar Nederlandse aangifte in box 3 onroerende zaken als overige bezittingen aangegeven voor een gemiddeldewaarde van € 410.000 met een bijbehorende gemiddelde schuld van € 53.046. Verder heeft zij in de aangifte verzocht om toepassing van het heffingvrij vermogen voor een bedrag van € 38.504. Belanghebbende heeft niet gekozen voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige. Belanghebbende geniet inkomsten uit onroerende zaken in de zin van art. 6, hoofdstuk III van het belastingverdrag. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende, in de mate waarin de inkomsten deel uitmaken van het wereldinkomen, recht op dezelfde persoonlijke aftrekken en tegemoetkomingen en verminderingen als een inwoner van Nederland (Zie art. 26 belastingverdrag). Het heffingvrij vermogen moet daarom naar pro rata parte van het wereldinkomen worden berekend. Verder overweegt de rechtbank dat de inspecteur terecht het heffingvrij vermogen niet in aanmerking heeft genomen, omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt welk deel van haar wereldinkomen betrokken moet worden in de berekening van de persoonlijke aftrek. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank (Hof 's-Hertogenbosch 15 juli 2010, nr. 09/00197, LJN: BO3299).

Voorbeeld 

Iemand heeft op 1 januari € 5.000 vermogen en op 31 december € 7.000. Zijn rendementsgrondslag is € 5.000. Dit is minder dan de vrijstelling. Hij hoeft dus geen belasting te betalen in box 3.

 
Voorbeeld 

Een alleenstaande heeft op 1 januari € 25.000 vermogen en op 31 december € 27.500. Zijn rendementsgrondslag bedraagt € 25.000. Na aftrek van de vrijstelling van € 20.785 resteert € 4.215. Daarover betaalt hij 1,2%, oftewel € 51.

 
Voorbeeld 

Een gehuwde heeft samen met zijn echtgenoot een vermogen van € 50.000. Hij besluit een en ander toe te rekenen aan die echtgenoot. Na aftrek van de vrijstelling (€ 41.570) resteert een bedrag van € 8.430. Daarover betaalt zijn echtgenoot 1,2%, oftewel € 101. Als ieder de helft aangeeft en ook ieder zijn eigen vrijstelling benut, is de uitkomst overigens exact hetzelfde.

 

Laatst aangepast op donderdag, 13 september 2012 12:42
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Meer in deze categorie: Ouderentoeslag »
Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login