Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
woensdag, 11 juli 2012 13:59

Vermogen van minder- en meerderjarige kinderen

Geschreven door 
Het vermogen van minderjarige kinderen wordt toegerekend aan degene die het gezag over het kind uitoefent (Art. 2.15 Wet IB 2001). In het algemeen zullen dat de ouders zijn, die ook samen het gezag uitoefenen; in dat geval wordt het vermogen van het kind in principe gelijkelijk over beiden verdeeld. Zijn ze fiscale partners – en gehuwden zijn dat per definitie – dan kunnen ze dat vermogen, net zoals dat geldt voor hun eigen vermogen, onder elkaar verdelen zoals het hen goeddunkt. Wordt het kind in de loop van het jaar meerderjarig, dan wordt zijn inkomen vanaf dat moment volledig bij hemzelf belast; de periode tot zijn verjaardag is voor rekening van de ouders.
Voor het vermogen van het kind geldt hetzelfde als voor het vermogen van de ouder zelf. Het moet gaan om vermogen dat niet in een van de andere boxen valt. En ook hier wordt belasting geheven over het vermogen per 1 januari van het kalenderjaar.

Voorbeeld 47

Een minderjarig kind heeft op 1 januari € 3.500 op de bank staan en op 31 december € 4.000. Zijn rendementsgrondslag bedraagt voor dat jaar € 3.500. Aan beide ouders wordt in principe € 1.750 toegerekend; hun belastbaar bedrag (forfaitair rendement) in box 3 neemt daardoor met € 70 per persoon toe.
 
Voorbeeld 48

Een echtpaar heeft 1 minderjarig kind, over wie beiden het gezag uitoefenen. Het kind heeft een spaarrekening met een saldo van € 10.000 op 1 januari en van € 11.500 op 31 december. De rendementsgrondslag bedraagt € 10.000; elk van de ouders krijgt daardoor € 5.000 toegerekend. Als fiscale partners kunnen ze echter besluiten het vermogen volledig toe te wijzen aan een van beiden. Die krijgt er in box 3 dan een belastbaar bedrag bij van € 400 (4% van € 10.000).
 
Voorbeeld 49

De heer De Vries en mevrouw Van der Laan zijn gescheiden en hebben nog 1 minderjarig kind. Beiden hebben na de scheiding het gezag gehouden. Het vermogen van het kind bedraagt € 2.500. Elk krijgt daarvan de helft, dus € 1.250, toegerekend. Hebben de ouders inmiddels een nieuwe fiscale partner, dan kunnen ze die € 1.250 ook weer aan die partner toewijzen.
 
Als iemand het vermogen van zijn kind krijgt toegerekend, heeft hij recht op een extra vrijstelling van € 2.779 per kind (Art. 5.5, tweede lid, Wet IB 2001). Het kind moet daarvoor aan het begin van het jaar nog minderjarig zijn.

Hoe het gaat als het kind in de loop van het jaar meerderjarig wordt, is nog onduidelijk. Aangenomen wordt dat in eerste instantie de rendementsgrondslag wordt vastgesteld en dat het daaruit voortvloeiende forfaitair rendement evenredig moet worden verdeeld over de perioden vóór en na het meerderjarig worden. De ouders moeten dan het eerste deel bijtellen en het kind het tweede deel. Of hier met hele maanden gerekend moet worden, is eveneens onduidelijk.

Voorbeeld 50

Een kind wordt op 1 juli meerderjarig. Zijn rendementsgrondslag bedraagt € 5.000. Aannemelijk is dat daarvan de helft wordt toegerekend aan zijn ouders en de helft aan hemzelf.
 

Laatst aangepast op donderdag, 13 september 2012 12:45
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Particulieren

Particulieren
Zorgtoeslag
Huurtoeslag
Kinderopvangtoeslag
Cijfers inkomstenbelasting
Aftrekposten
Snelwandeling door belastingstelsel
Geschiedenis
Boxensysteem
Box 1: inkomen uit werk en woning
Fiscale partners, gemeenschappelijk inkomen en persoonsgebonden aftrek
Partners en verwanten
Gemeenschappelijk inkomen
Persoonsgebonden aftrek
Verzamelinkomen
Inkomen uit werk
Geen aftrekbare arbeidskosten meer
Aftrekbare kosten
Inkomsten uit dienstbetrekking
Artiesten- en beroepsporterregeling
Fooien
Privégebruik auto van de zaak
Eigen auto en werk
Vrijgesteld loon
Resultaat uit overige werkzaamheden
Eigen woning
Samenwonen in gezamenlijke woning
Eigenwoningforfait
Enkele bijzondere regelingen
Begrip eigen woning
Aftrekbare kosten
Vereniging van eigenaren
Bijleenregeling
Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
Kapitaal verzekering eigen woning
Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Huis in buitenland
Voorlopige teruggaaf voor aftrekbare kosten
Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Oudedagsvoorziening
Regels in kort bestek
Vereenvoudiging splitsing van lijfrenten gesloten vanaf 2001
Vereenvoudiging splitsing pre-brede herwaardering slijfrenten
Welke lijfrenteverzekeringen zijn toegestaan
Aftrekruimte
Toegelaten aanbieders
Uitkeringen in buitenland
Oude lijfrentepolissen
Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
Kapitaalverzekeringen
Huidige systeem in kort bestek
Kapitaalverzekering in box 3
Kapitaalverzekering eigen woning
Voorwaarden kapitaalverzekering eigen woning
Vrijstelling
Niet meer aan voorwaarden voldoen
Oude kapitaalverzekeringen
Polissen vóór brede herwaardering
Polissen van na brede herwaardering
Als al eens een uitkering uit een kapitaalverzekering is genoten
Inkomen uit sparen en beleggen
Waardering van woningen
Binnenlandse belastingplicht gedurende deel van jaar
Vermogen in box 3
Gehuwden en fiscale partners
Vermogen van minder- en meerderjarige kinderen
Erfrechtelijke bezittingen en schulden
Vrijstellingen
Vrijgestelde bezittingen
Levenslooptegoed
Waardering
Verrekening dividendbelasting
Persoonsgebonden aftrek
Persoonsgebonden aftrek
Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen
Toerekening persoonsgebonden aftrek aan box-inkomen
Aftrekbare giften
Doorschuiving persoonsgebonden aftrek
Verliezen op beleggingen in durfkapitaal
Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen
Uitgaven voor specifieke zorgkosten
Weekenduitgaven voor gehandicapten
Scholingsuitgaven
Uitgaven voor Rijksmonumentpanden
Wetsvoorstel aftrek monumentuitgaven voor niet inwoners
Heffingskortingen

Login