Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
woensdag, 11 juli 2012 13:58

Gehuwden en fiscale partners

Geschreven door 
Bij inkomen uit sparen en beleggen vormt ieders individuele vermogen het uitgangspunt. Gehuwden en andere fiscale partners kunnen daar echter mee schuiven: elk jaar moeten ze aangeven hoe ze – voor de fiscus – hun gezamenlijke bezittingen en schulden onder elkaar wensen te verdelen (Art. 2.17 Wet IB 2001). Dat betekent dus dat men zijn hele vermogen – dan wel zijn aandeel in het totale vermogen – naar zijn fiscale partner kan doorschuiven, en omgekeerd. Maar het betekent niet dat die ander daarmee eigenaar van dat vermogen wordt. En ook het huwelijksgoederenrecht speelt geen enkele rol; men kan dus ook doorschuiven als men op huwelijkse voorwaarden is getrouwd. Als iemand gedurende het jaar meer dan 1 partner heeft, kan hij maar met een van deze partners een keuze voor verdeling van de rendementsgrondslag maken. De rendementsgrondslag van de tweede (en verdere) partner is dan voor de aangifte van de belastingplichtige niet van belang.

De keuze voor een bepaalde verdeling moeten de partners bij hun aangifte kenbaar maken. Ze kunnen de gekozen verdeling echter nog tot in de bezwaar- en zelfs de beroepsfase wijzigen. Verder kunnen ze elk jaar opnieuw kiezen. Ten slotte kunnen ook buitenlands belastingplichtigen hier gebruik van maken. Daarvoor moeten beiden dan wel in het desbetreffende jaar kiezen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige; het fiscaal partnerschap staat namelijk alleen open voor binnenlands belastingplichtigen, en alleen fiscale partners mogen hun vermogen naar elkaar doorschuiven.

Tot 2010 kunnen partners voor box 3 per vermogensbestanddeel een keuze maken in de onderlinge verdeling daarvan. Maar met ingang van 1 januari 2010 is een dergelijke verdeling niet langer mogelijk. Partners kunnen vanaf dat moment alleen nog de gezamenlijke rendementsgrondslag onderling verdelen. Onder rendementsgrondslag wordt verstaan de rendementsgrondslag van de belastingplichtige en zijn partner verminderd met het heffingvrij vermogen van de belastingplichtige en zijn partner (Art. 5.2, tweede lid, Wet IB 2001). Hierdoor wordt de regeling vereenvoudigd, omdat het niet langer nodig is om vrijstellingen in box 3 over te dragen aan de partner om een gunstige verdeling mogelijk te maken. In het overlijdensjaar mag de gezamenlijke rendementsgrondslag worden toegerekend aan de langstlevende partner.

Laatst aangepast op donderdag, 13 september 2012 12:45
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Particulieren

Particulieren
Zorgtoeslag
Huurtoeslag
Kinderopvangtoeslag
Cijfers inkomstenbelasting
Aftrekposten
Snelwandeling door belastingstelsel
Geschiedenis
Boxensysteem
Box 1: inkomen uit werk en woning
Fiscale partners, gemeenschappelijk inkomen en persoonsgebonden aftrek
Partners en verwanten
Gemeenschappelijk inkomen
Persoonsgebonden aftrek
Verzamelinkomen
Inkomen uit werk
Geen aftrekbare arbeidskosten meer
Aftrekbare kosten
Inkomsten uit dienstbetrekking
Artiesten- en beroepsporterregeling
Fooien
Privégebruik auto van de zaak
Eigen auto en werk
Vrijgesteld loon
Resultaat uit overige werkzaamheden
Eigen woning
Samenwonen in gezamenlijke woning
Eigenwoningforfait
Enkele bijzondere regelingen
Begrip eigen woning
Aftrekbare kosten
Vereniging van eigenaren
Bijleenregeling
Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
Kapitaal verzekering eigen woning
Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Huis in buitenland
Voorlopige teruggaaf voor aftrekbare kosten
Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Oudedagsvoorziening
Regels in kort bestek
Vereenvoudiging splitsing van lijfrenten gesloten vanaf 2001
Vereenvoudiging splitsing pre-brede herwaardering slijfrenten
Welke lijfrenteverzekeringen zijn toegestaan
Aftrekruimte
Toegelaten aanbieders
Uitkeringen in buitenland
Oude lijfrentepolissen
Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
Kapitaalverzekeringen
Huidige systeem in kort bestek
Kapitaalverzekering in box 3
Kapitaalverzekering eigen woning
Voorwaarden kapitaalverzekering eigen woning
Vrijstelling
Niet meer aan voorwaarden voldoen
Oude kapitaalverzekeringen
Polissen vóór brede herwaardering
Polissen van na brede herwaardering
Als al eens een uitkering uit een kapitaalverzekering is genoten
Inkomen uit sparen en beleggen
Waardering van woningen
Binnenlandse belastingplicht gedurende deel van jaar
Vermogen in box 3
Gehuwden en fiscale partners
Vermogen van minder- en meerderjarige kinderen
Erfrechtelijke bezittingen en schulden
Vrijstellingen
Vrijgestelde bezittingen
Levenslooptegoed
Waardering
Verrekening dividendbelasting
Persoonsgebonden aftrek
Persoonsgebonden aftrek
Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen
Toerekening persoonsgebonden aftrek aan box-inkomen
Aftrekbare giften
Doorschuiving persoonsgebonden aftrek
Verliezen op beleggingen in durfkapitaal
Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen
Uitgaven voor specifieke zorgkosten
Weekenduitgaven voor gehandicapten
Scholingsuitgaven
Uitgaven voor Rijksmonumentpanden
Wetsvoorstel aftrek monumentuitgaven voor niet inwoners
Heffingskortingen

Login