Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
woensdag, 11 juli 2012 14:03

Erfrechtelijke bezittingen en schulden

Geschreven door 
Volgens het vanaf 2003 geldende erfrecht krijgt de langstlevende ouder de bezittingen (en schulden) van de overleden ouder toegewezen, waartegenover de kinderen dan een geldvordering op die ouder krijgen. Die geldvordering is pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder en in enkele bijzondere omstandigheden. Dit is in feite dezelfde systematiek als bij het langstlevendetestament met ouderlijke boedelverdeling zoals dat tot 2003 werd opgemaakt.

Ook voor de inkomstenbelasting hebben erfrecht en testament gevolgen. Als de langstlevende ouder het vruchtgebruik of de volledige eigendom van de ouderlijke woning krijgt en daarin blijft wonen, is sprake van een woning waarvoor de eigenwoningregeling geldt. De rente op schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning is dan aftrekbaar. Maar niet de rente op de overbedelingsschuld aan de kinderen die aan de eigen woning valt toe te rekenen. Hetzelfde geldt voor rente die valt toe te rekenen aan andere inkomsten in box 1 of box 2.

Het deel van de overbedelingsschuld dat niet in box 1 of box 2 valt, zou in box 3 het vermogen van de langstlevende ouder doen verminderen. Voor de kinderen vormt de (hele) vordering op de langstlevende ouder per definitie een bezitting die in box 3 valt. Voor deze overbedelingsschuld en vordering is evenwel een bijzondere regeling getroffen (Art. 5.4 Wet IB 2001). De kinderen hoeven de vordering niet mee te tellen voor hun rendementsgrondslag. Daartegenover mag de langstlevende ouder de schuld evenmin opvoeren voor diens rendementsgrondslag. Omdat het om vermogensbestanddelen in box 3 gaat, is de in verband hiermee te betalen rente niet aftrekbaar, en de te ontvangen rente niet belast.

Deze regeling geldt alleen voor situaties zonder testament en voor situaties met een testament dat is gebaseerd op de in het nieuwe erfrecht opgenomen regels. Grofweg gaat het dan dus om een testament met ouderlijke boedelverdeling. Wordt het testament gegoten in de vorm van een vruchtgebruik voor de langstlevende – waarbij de kinderen dus de blote eigendom krijgen – dan hoeven de kinderen die blote eigendom niet aan te geven als de langstlevende op zijn beurt de volle waarde van de met het vruchtgebruik verband houdende zaak aangeeft.

Art. 5.4 Wet IB 2001 is zodanig gewijzigd dat vanaf 2010 ongehuwde partners (in de zin van de Successiewet 1956) gelijk worden behandeld met gehuwden. De tussen de langstlevende ongehuwde ouder en kind(eren) wordt de niet-opeisbare schuld/vordering genegeerd.

Laatst aangepast op donderdag, 13 september 2012 12:44
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Particulieren

Particulieren
Zorgtoeslag
Huurtoeslag
Kinderopvangtoeslag
Cijfers inkomstenbelasting
Aftrekposten
Snelwandeling door belastingstelsel
Geschiedenis
Boxensysteem
Box 1: inkomen uit werk en woning
Fiscale partners, gemeenschappelijk inkomen en persoonsgebonden aftrek
Partners en verwanten
Gemeenschappelijk inkomen
Persoonsgebonden aftrek
Verzamelinkomen
Inkomen uit werk
Geen aftrekbare arbeidskosten meer
Aftrekbare kosten
Inkomsten uit dienstbetrekking
Artiesten- en beroepsporterregeling
Fooien
Privégebruik auto van de zaak
Eigen auto en werk
Vrijgesteld loon
Resultaat uit overige werkzaamheden
Eigen woning
Samenwonen in gezamenlijke woning
Eigenwoningforfait
Enkele bijzondere regelingen
Begrip eigen woning
Aftrekbare kosten
Vereniging van eigenaren
Bijleenregeling
Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
Kapitaal verzekering eigen woning
Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Huis in buitenland
Voorlopige teruggaaf voor aftrekbare kosten
Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Oudedagsvoorziening
Regels in kort bestek
Vereenvoudiging splitsing van lijfrenten gesloten vanaf 2001
Vereenvoudiging splitsing pre-brede herwaardering slijfrenten
Welke lijfrenteverzekeringen zijn toegestaan
Aftrekruimte
Toegelaten aanbieders
Uitkeringen in buitenland
Oude lijfrentepolissen
Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
Kapitaalverzekeringen
Huidige systeem in kort bestek
Kapitaalverzekering in box 3
Kapitaalverzekering eigen woning
Voorwaarden kapitaalverzekering eigen woning
Vrijstelling
Niet meer aan voorwaarden voldoen
Oude kapitaalverzekeringen
Polissen vóór brede herwaardering
Polissen van na brede herwaardering
Als al eens een uitkering uit een kapitaalverzekering is genoten
Inkomen uit sparen en beleggen
Waardering van woningen
Binnenlandse belastingplicht gedurende deel van jaar
Vermogen in box 3
Gehuwden en fiscale partners
Vermogen van minder- en meerderjarige kinderen
Erfrechtelijke bezittingen en schulden
Vrijstellingen
Vrijgestelde bezittingen
Levenslooptegoed
Waardering
Verrekening dividendbelasting
Persoonsgebonden aftrek
Persoonsgebonden aftrek
Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen
Toerekening persoonsgebonden aftrek aan box-inkomen
Aftrekbare giften
Doorschuiving persoonsgebonden aftrek
Verliezen op beleggingen in durfkapitaal
Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen
Uitgaven voor specifieke zorgkosten
Weekenduitgaven voor gehandicapten
Scholingsuitgaven
Uitgaven voor Rijksmonumentpanden
Wetsvoorstel aftrek monumentuitgaven voor niet inwoners
Heffingskortingen

Login