Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
woensdag, 11 juli 2012 09:20

Het nieuwe partnerbegrip, 1.2 Wet IB'01

Geschreven door 

Gehuwden en ongehuwd samenwonenden worden in vergelijkbare situaties zo veel mogelijk gelijk behandeld. Daarom kunnen ongehuwden in sommige gevallen ook aangemerkt worden als fiscaal partner. De hoofdregel is dat ongehuwd samenwonenden geen fiscale partners zijn, maar indien zij voldoen aan enkele voorwaarden kunnen zij wel fiscale partners zijn. In dat geval treden alle regels in werking die voor gehuwden en geregistreerde partners gelden. Ongehuwd samenwonenden die allebei op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) ingeschreven staan, zijn fiscale partners als aan 1 of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Zij hebben een notarieel samenlevingscontract gesloten;
- Zij hebben samen een kind;
- Een van de partners heeft een kind en de andere partner heeft dit kind erkend;
- Zij zijn als partners aangemeld voor een pensioenregeling;
- Zij zijn allebei eigenaar van de woning die het hoofdverblijf is.
Met de invoering van het nieuwe partnerbegrip (art. 5a AWR en art.1.2 Wet IB 2001) is er een einde gekomen aan de keuzemogelijkheid voor ongehuwd samenwonenden.

Voorbeeld 14

Twee personen wonen vanaf 1 februari samen. Beiden zijn meerderjarig en staan volgens de basisadministratie sinds 1 februari ingeschreven op hetzelfde adres. Zij kunnen enkel aangemerkt worden als fiscale partners, indien aan een of meer van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan.
 
Voorbeeld 15
Een stel is getrouwd. Op 1 april gaan ze uit elkaar en leven vervolgens duurzaam gescheiden. Vanaf 1 april worden ze dus niet langer als fiscale partners aangemerkt.. Op 1 juni gaat de man samenwonen met zijn nieuwe vriendin. Als ze gezamenlijk op hetzelfde adres staan ingeschreven, kunnen ze vanaf 1 juni als nieuwe fiscale partners worden aangemerkt, indien aan een of meer van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan.. Dat de man op dat moment nog niet officieel is gescheiden, maakt voor de fiscus niets uit.
 
Er is één bijzondere situatie waarin partnerschap ook mogelijk is als in enig jaar niet aan de 6-maandsperiode wordt voldaan. Het gaat dan om een meerderjarige die overlijdt en tot dat moment samenwoonde met een andere meerderjarige, waarbij beiden in het voorgaande jaar elkaars fiscale partners waren. Ook in deze situatie moet natuurlijk net zo goed aan de overige voorwaarden worden voldaan. Hoe deze regeling in de praktijk uitwerkt, is nog niet helemaal duidelijk. De partner kan immers overlijden voordat aangifte over het voorgaande jaar is gedaan en dan is de kans verkeken om voor het fiscale partnerschap in dat voorgaande jaar te kiezen. En daarmee komt dus ook de keuze voor het fiscale partnerschap in het jaar van overlijden in de lucht te hangen.

Het fiscaal partnerschap heeft in principe alleen gevolgen voor de periode waarin wordt samengewoond. Gaat iemand in de loop van het jaar samenwonen, dan moet hij zijn inkomen voor de daaraan voorafgaande periode individueel bepalen. Op verzoek kunnen hij en zijn partner echter ook voor die periode als elkaars fiscale partner worden aangemerkt (Art. 2.17, zevende lid, Wet IB 2001). Maar daar heeft men eigenlijk alleen iets aan als men ook voor die periode de mogelijkheid wil hebben om gemeenschappelijke inkomensbestanddelen zo gunstig mogelijk onder elkaar te verdelen.

Laatst aangepast op woensdag, 12 september 2012 14:02
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Meer in deze categorie: Gehuwden »
Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login