Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
woensdag, 11 juli 2012 11:10

Slechts een deel van jaar een (fiscale)partner

Geschreven door 

Als men in de loop van het jaar gaat samenwonen, kan men pas vanaf dat moment eventueel als elkaars fiscale partner worden aangemerkt. Samenwoners moeten daarbij wel voldoen aan minstens één van de voorwaarden, die gesteld worden in art.1.2, eerste lid, Wet IB 2001.Voor de samenwoonperiode worden de inkomsten uit de eigen woning dan automatisch als gemeenschappelijk inkomen aangemerkt. Maar voor de voorafgaande periode is dat niet het geval; daarvoor zouden de inkomsten uit de eigen woning slechts diegene aangaan die daadwerkelijk in de woning woont. Daar heeft de wetgever echter iets op gevonden: mensen die in de loop van een jaar gaan samenwonen en vanaf dat moment voldoen aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap, mogen doen alsof ze het hele jaar elkaars fiscale partner zijn geweest (Art. 2.17, zevende lid, Wet IB 2001). Uiteraard kunnen ze dan datzelfde jaar – in de periode vóór het samenwonen – niet ook nog eens de fiscale partner van een ander zijn.
Overigens is men bij een huwelijk vanaf dat moment automatisch elkaars partner. En daardoor kunnen ook degenen die pas in december trouwen, voor het hele jaar als elkaars partner worden aangemerkt. Voor samenwonenden is dat niet weggelegd; zij moeten eerst nog voldoen aan één van de voorwaarden, voordat zij aangemerkt worden als fiscale partners.
Als men niet het hele jaar dezelfde fiscale partner heeft of als men niet aan de voorwaarden voldoet om het hele jaar te doen alsof men elkaars fiscale partner is, vormen de inkomsten uit de eigen woning uit de voorafgaande periode geen gemeenschappelijk inkomen. Gehuwden hebben overigens geen keus; vanaf hun trouwen zijn ze zonder meer elkaars fiscale partner.
In de periode waarin geen sprake is van fiscaal partnerschap, wordt het eigenwoningforfait overeenkomstig de eigendomsverhouding toegerekend. Als ieder voor de helft eigenaar is, krijgt ieder dus de helft van het eigenwoningforfait toegerekend. Er kan dan ook niet voor een andere verdeling worden gekozen. Voor de verdeling van de kosten doet de eigendomsverhouding echter niet terzake; bepalend daarvoor is de verhouding van de schulden en periodieke betalingen die ieder van de eigenaren zelf verschuldigd is. Als de één een schuld is aangegaan en de ander niet, trekt degene met de schuld alles af en de ander niets. En ook de overige kosten moeten in diezelfde verhouding worden afgetrokken. Dus als de één een schuld is aangegaan en de ander niet, moet de eerste alle kosten aftrekken. Alleen voor periodieke betalingen als erfpachtcanons geldt dit niet; die moeten volledig worden afgetrokken door degene die ze moet betalen.
Het is dus toch mogelijk dat het forfait bij de één terechtkomt, terwijl de kosten door de ander worden afgetrokken. Erg vaak zal dat echter niet voorkomen.

Tip

Voor de periode waarin men nog geen partner kon zijn – omdat men niet aan de voorwaarden voldeed – is het toch mogelijk om te worden belast alsof men het hele jaar een partner heeft gehad. Die regeling geldt niet voor alle inkomsten, maar in elk geval wel voor het inkomen dat samenhangt met de eigen woning. Wie gebruik wil maken van deze mogelijkheid, moet daarom verzoeken bij het indienen van zijn aangifte of bij een verzoek om voorlopige teruggaaf. Op die keuze kan men naderhand niet meer terugkomen.

Als men gaat samenwonen in een huis dat al volledig eigendom is van een van beiden, bestaat vaak de wens om de helft van de woning aan de intrekkende partner te verkopen. Op die manier worden ze gezamenlijk eigenaar en delen ze de kosten en lasten, alsook de waardemutaties. Toch zit hier een addertje onder het gras. Om te beginnen leidt de overdracht van de helft van de woning aan de intrekkende partner tot heffing van overdrachtsbelasting. Dat is uiteraard niet aantrekkelijk. Maar er is nog een ander probleem. Vaak zal de woning sinds de aankoop in waarde zijn gestegen. Als iemand de woning ooit heeft gekocht voor € 100.000 en deze heeft gefinancierd met een lening die nu nog € 50.000 bedraagt, kan het best zijn dat die woning inmiddels € 300.000 waard is. Wordt dan de helft van de woning door de intrekkende partner gekocht, dan moet deze dus € 150.000 betalen. Dat bedrag moet hij waarschijnlijk lenen, waardoor de totale financiering van de woning zou uitkomen op € 200.000. De wetgever zag dat niet zitten en bepaalde daarom dat in zo'n geval de totale in box 1 vallende schuld nooit meer dan de oorspronkelijke schuld mag bedragen. In dit voorbeeld is dat dus slechts € 50.000, waardoor de nieuwe schuld ad € 150.000 volledig in box 3 terechtkomt. Deze regeling geldt alleen als men een woning koopt van zijn fiscale partner of van iemand met wie men duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert. Maar ze gaat nog veel verder dan vaak wordt gedacht. Ze geldt namelijk ook als men een deel van de woning koopt voordat men elkaars fiscale partner is of een gemeenschappelijke huishouding voert, en wel zodra men vervolgens gaat samenwonen. Het maakt dus niet uit of men ten tijde van de aankoop al elkaars fiscale partner was of een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde.
Er is nog een probleem waarmee fiscale partners of mensen die duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren, te maken kunnen krijgen. Ook als ze gezamenlijk een woning kopen waarbij de een van de ander leent, wordt de renteaftrek op die lening geweigerd. De enige uitzondering daarop is die van een kind dat nog thuis woont en geld van zijn ouders leent om een eigen huis te gaan kopen; van de staatssecretaris van Financiën mag het kind dan toch de rente aftrekken dat het aan zijn ouders betaalt. Maar alleen als het kind daadwerkelijk in de nieuwe woning gaat wonen en daarin geen gemeenschappelijke huishouding met zijn ouders gaat voeren. De goedkeuring lijkt overigens niet beperkt te blijven tot ouder-kindgevallen, maar te gelden voor alle gevallen waarin men leent van een huisgenoot om vervolgens zelfstandig in de nieuwe woning te gaan wonen.

Laatst aangepast op donderdag, 13 september 2012 08:29
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login