Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
woensdag, 11 juli 2012 10:58

Tijdelijk twee eigen woningen

Geschreven door 

Op de hoofdregel dat men nooit meer dan één woning in box 1 kan hebben, bestaan enkele uitzonderingen. Die hebben met name betrekking op de situatie waarin men tijdelijk 2 woningen heeft. Stel, men koopt een nieuwe woning. Vanaf het moment dat men eigenaar is geworden, gaat men in het algemeen ook rente betalen voor de (hypothecaire) geldlening. Zolang men nog in de oude woning blijft wonen, zou de nieuwe woning nog geen hoofdverblijf zijn. Tot de verhuizing zou de nieuwe woning dan ook onder de vermogensrendementsheffing van box 3 vallen. En daardoor zou men de rente voor de nieuwe woning niet mogen aftrekken. Een soortgelijk probleem doet zich voor als men verhuist naar een nieuwe woning terwijl men de oude woning nog niet heeft verkocht. In dat geval zou vanaf de verhuizing op de nieuwe woning de eigenwoningregeling van toepassing zijn en op de oude woning de vermogensrendementsheffing van box 3. En dan zou men de hypotheekrente op de oude woning dus niet meer kunnen aftrekken.
Voor beide situaties is een regeling getroffen waardoor de nieuwe respectievelijk oude woning toch tijdelijk als eigen woning wordt aangemerkt; de zogenoemde verhuisregeling (Art. 3.111, tweede en derde lid, Wet IB 2001). Daardoor blijft de rente op beide woningen aftrekbaar. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
•als men de oude woning heeft verlaten, blijft deze onder de eigenwoningregeling vallen als ze in het jaar zelf, of in een van de voorgaande 3 kalenderjaren een eigen woning volgens de eigenwoningregeling was. Bovendien mag men de woning dan alleen aanhouden voor de verkoop en moet ze daadwerkelijk leegstaan. Als een van de kinderen erin blijft wonen, geldt de regeling dus niet;
•als men nog niet in de nieuwe woning woont, kan deze als eigen woning worden aangemerkt, mits deze leeg is en men bovendien aannemelijk kan maken dat men in het jaar zelf of in een van de volgende 3 kalenderjaren in die woning gaat wonen. Mocht de bouw of verbouwing van de nieuwe woning onverhoopt vertraging oplopen en daardoor de 3-jaarsperiode worden overschreden, kan men de woning in elk jaar toch als eigen woning blijven behandelen als telkens maar geldt dat men de woning uiterlijk in een van de 3 volgende kalenderjaren zal betrekken.
De regeling geldt ook als een van beide huizen een huurwoning is, zij het uiteraard alleen voor de woning waar men eigenaar van is. Met andere woorden, dat geldt ook als men nog even in het huurhuis blijft wonen, terwijl men al wel een eigen woning heeft gekocht, of als men alvast verhuist naar een huurwoning, terwijl men de eigen woning nog niet heeft weten te verkopen.
In situaties als deze wordt het eigenwoningforfait voor de woning die eigenlijk geen eigen woning meer is of nog niet is, op nihil gesteld (Art. 3.112, vierde lid, Wet IB 2001). Men heeft daardoor wel aftrek van de rente en kosten van geldleningen en erfpachtcanons, maar geen forfaitaire bijtelling.

Voorbeeld 9                

Iemand heeft een eigen woning. Die wordt hem te groot en uiteindelijk besluit hij de woning te verkopen en naar een kleinere huurwoning te gaan. De verkoop van het huis wil echter niet vlotten, waardoor het geruime tijd leeg staat. Tot het derde jaar na zijn verhuizing blijft de eigenwoningregeling van toepassing en kan hij de eventuele hypotheekrente blijven aftrekken. Hij hoeft geen eigenwoningforfait bij te tellen, want die staat op nul.

 

Laatst aangepast op donderdag, 13 september 2012 08:42
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login