Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
donderdag, 28 juni 2012 08:38

Aftrek studiekosten

Geschreven door 

Scholingsuitgaven zijn uitgaven voor een opleiding of studie die worden gevolgd met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Volgens de wetsgeschiedenis gaat het om uitgaven voor een opleiding of studie die iemand volgt om zijn financieel-economische positie te verbeteren of het bijhouden of verbeteren van kennis en vaardigheden om inkomen uit tegenwoordige arbeid te verwerven of te behouden  Ook uitgaven om kennis en vaardigheden op peil te houden en te verbeteren, vallen er onder. Maar volgt iemand de opleiding of studie puur als hobby, dan mag hij de kosten dus niet aftrekken. Om voor aftrek in aanmerking te komen, moet worden bepaald of de uitgaven rechtstreeks met het leertraject samenhangen. Zo zijn uitgaven voor vakliteratuur alleen aftrekbaar als er voldoende verband met een bepaald leertraject bestaat. Bij scholingsuitgaven kan men in elk geval denken aan collegegelden, lesgelden en de verplichte studieboeken. Maar ook aan de aanschaf van een personal computer, inclusief de daarbij horende randapparatuur. De Hoge Raad heeft ambtshalve geoordeeld dat de aftrek van scholingsuitgaven niet afhankelijk is van de verbetering van de inkomenspositie van de belastingplichtige . Volgens de Hoge Raad zijn opleidingskosten aftrekbare scholingsuitgaven als de belastingplichtige het oogmerk had – in deze zaak – beroepsvlieger te worden en in redelijkheid kon verwachten dat hij dit oogmerk na voltooiing van zijn opleiding zou kunnen verwezenlijken. Het doet er niet toe of de belastingplichtige al dan niet een inkomensvooruitgang nastreefde.

Vanaf 2007 is de aftrek van scholingsuitgaven uitgebreid met uitgaven voor procedures in het kader van Erkenning Verworven Competenties (EVC), waarvoor een verklaring is afgegeven door een bij ministeriële regeling aangewezen instantie. Daardoor kunnen uitgaven voor deze zogenoemde EVC-procedures worden afgetrokken, uiteraard voor zover ze samen met andere scholingsuitgaven boven de drempel uitkomen. Een andere mogelijkheid is dat de werkgever de EVC-procedure voor de werknemer betaalt. In 2011 heeft de werkgever dan recht op een afdrachtvermindering (Wet Vermindering Afdracht) van € 329 per kalenderjaar per werknemer (Art. 5, derde lid, WVA). Meer informatie over deze procedure is te vinden op de website van het Kenniscentrum EVC (www.kenniscentrumevc.nl).

In HR 25 januari 2008, nr. 41 927, LJN: BC2601, V-N 2008/7.9 oordeelde de Hoge Raad dat scholingsuitgaven voor een universitair hoofddocent die is aangewezen op zelfstudie niet aftrekbaar zijn, omdat hij geen opleiding, studie of leertraject volgt.

In 2001 heeft een belastingplichtige € 1.996 ineens aan studiekosten (pabo-opleiding) betaald. In september tot en met december 2001 is aan studiefinanciering een bedrag van € 267,52 ontvangen. Hof ’s-Gravenhage heeft een gedeeltelijke aftrek toegestaan, omdat het bedrag van € 1.996 tweemaal het normbedrag van € 626,28 overschreed. In de cassatieprocedure stelt de staatssecretaris van Financiën dat de gemaakte studiekosten zouden moeten worden afgezet tegen de normbedragen over de periode waarop de kosten betrekking hebben. Omdat sprake is van vooruitbetaalde kosten moeten ook de normbedragen van dat andere jaar in aanmerking worden genomen (Onderdeel 4.11 (toetsing dure studie bij vooruitbetaling) van het besluit van 15 december 2005, nr. CPP2005/2639M, V-N 2006/4.16. Dit besluit is vervangen door het besluit van 14 februari 2008, nr. CPP2007/3175M, Stcrt. 2008, 40 dat is ingetrokken door het besluit van 28 oktober 2009, nr. CPP2009/1820M, Stcrt. 2009, 16639 dat ten slotte is vervangen door het besluit van 21 januari 2010, nr. DGB2010/372M, Stcrt. 2010, 1307 waarin is uitgegaan van de wettekst en cijfers voor het jaar 2009). Het hof kijkt aan de ene kant naar uitgaven die in 2001 zijn gedaan, maar deels betrekking hebben op 2002, terwijl het hof aan de andere kant wat de normbedragen betreft alleen kijkt naar dat deel betrekking heeft op 2001. De Hoge Raad acht deze uitwerking in overeenstemming met de wettekst en in lijn met het kasstelsel (HR 14 maart 2008, nr. 42 869, LJN: BB7843, BNB 2008/197c*). In de benadering van het hof kunnen meer studenten de werkelijke studiekosten aftrekken dan volgens de parlementaire geschiedenis de bedoeling is geweest. De bedoeling was om alleen dure studies te faciliteren. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad kunnen – naast belastingplichtigen die een dure studie volgen – alle eerstejaars thuiswonende studenten die hun studiekosten voor het eerste jaar ineens betalen, in het eerste studiejaar voor aftrek van de werkelijke kosten in aanmerking komen, mits de werkelijke kosten hoger zijn dan de normbedragen, de beurs en de drempel. Omdat de wetgever de uitkomst van BNB 2008/197c* onwenselijk acht, is art. 6.29 Wet IB 2001 met ingang van 1 januari 2009 aangepast. Vanaf 2009 moeten voor de toets of sprake is van een dure studie uitgaven voor les- en collegegeld worden toegerekend aan de maanden waarop ze betrekking hebben (Art. 6.29, vierde lid, Wet IB 2001).

Het hof heeft zich onlangs uitgesproken over de vraag of er sprake is van een opleiding of studie. Het hof is van mening dat essentieel is voor studie of opleiding dat op enige wijze, door begeleiding of door toetsen, wordt geborgd dat de aangereikte kennis ook wordt verworven. Die wijze van kennisoverdracht kan worden aangemerkt als leertraject. Daarvoor is in ieder geval nodig dat het verwerven van de kennis onder enige begeleiding of toezicht van een derde plaatsvindt (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 januari 2008, LJN:BC2601).
Het passief aanhoren van lezingen verzorgd door deskundigen en het uitwisselen van ervaringen door collegae onderling zonder deskundige begeleiding, of een combinatie daarvan, voldoen in ieder geval niet aan die eis. Een cursus in (nieuwe) operatietechnieken onder deskundig toezicht voldoet wel aan vorengenoemde eis (Hof ’s-Gravenhage 17 november 2010, nr. BK-09/832).

De volgende kosten komen niet in aftrek als scholingsuitgaven

  1. levensonderhoud, waaronder huisvesting, voedsel, drank, genotmiddelen en kleding;
  2. werk- of studeerruimten, waaronder de inrichting;
  3. reizen en verblijven, waaronder excursies en studiereizen;
  4. oorzaken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.

Als iemand voor zijn opleiding of studie een vrijgestelde studiebeurs krijgt, mag hij de scholingsuitgaven evenmin aftrekken. Het gaat hier om de zogenoemde tempobeurs uit hoofde van de Wet studiefinanciering en uitkeringen uit hoofde van de Wet tegemoetkoming studiekosten. Heeft iemand recht op een prestatiebeurs, dan gelden normbedragen voor de aftrek van de diverse soorten aftrekbare scholingskosten; bovendien kan pas iets worden afgetrokken als duidelijk is dat de prestatiebeurs definitief niet wordt omgezet in een gift.

Drempelbedrag en maximaal aftrekbaar bedrag

De scholingsuitgaven zijn slechts aftrekbaar voor zover ze meer bedragen dan € 500. Er geldt geen maximum als de uitgaven binnen de standaardstudieperiode vallen; die periode omvat kort gezegd 16 kalenderkwartalen tussen de leeftijd van 18 en 30 jaar . Voor studiekosten gemaakt buiten de standaardstudieperiode geldt een maximum van € 15.000. Dit maximum mag worden verhoogd met het bedrag dat door omzetting van een prestatiebeurs in een rentedragende lening tot de scholingsuitgaven is gaan behoren.

Als iemand uitgaven doet in verband met de opleiding van zijn partner, worden deze aangemerkt als scholingsuitgaven van de partner zelf. Zijn beiden het hele jaar partner geweest, dan kunnen beider scholingsuitgaven worden samengeteld. Ook het drempelbedrag moet dan echter tweemaal worden toegepast. Het totale bedrag kan vervolgens naar keuze over de partners worden verdeeld.

Let op!

De regels voor de fiscale aftrek van studiekosten 2012 zijn vrijwel gelijk aan die voor de aftrek studiekosten 2011. Er gelden vergelijkbare voorwaarden waarvan de belangrijkste is dat de studie gericht moet zijn op uw beroep. De fiscale aftrek voor deze scholingsuitgaven verandert wel in 2013. De drempel voor deze fiscale aftrekpost wordt in 2013 verlaagd naar 250 euro.

Laatst aangepast op dinsdag, 11 september 2012 11:27
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Meer in deze categorie: « Alimentatie
Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login