Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
maandag, 02 juli 2012 09:28

Afschrijven (waaronder willekeurige afschrijving 2009, 2010 en 2011)

Geschreven door 

Bij het bepalen van de jaarwinst houdt u rekening met investeringen die zijn gedaan in bedrijfsmiddelen. Omdat bedrijfsmiddelen een aantal jaren meegaan, mag u echter niet alle kosten in één keer aftrekken van de winst in het jaar van aanschaf. In plaats daarvan gaat u afschrijven op de bedrijfsmiddelen. Bij afschrijven verdeelt u de kosten over de jaren waarin u het bedrijfsmiddel gebruikt. In elk jaar kunt u dus een deel van de investering middels afschrijving als kosten aftrekken.

Om de jaarlijkse afschrijving van een bedrijfsmiddel te kunnen bepalen dient het bedrag bepaald te worden dat jaarlijks als afschrijving ten laste van de winst mag worden gebracht. Daarvoor zijn drie gegevens van belang:

1. Aanschafkosten

Die bestaan uit de koopprijs plus overige aanschafkosten zoals:

* de aankoopkosten (bijvoorbeeld de notariskosten bij aankoop van onroerend zaken) minus kortingen en subsidies
* de installatiekosten en de kosten van het bedrijfsklaar maken (bijvoorbeeld de kosten van plaatsing van het bedrijfsmiddel door een ander dan de leverancier).

2. Restwaarde

Dat is de geschatte waarde die het bedrijfsmiddel vermoedelijk nog zal hebben op het moment dat u het niet meer kunt gebruiken voor de uitoefening van uw onderneming (restwaarde).

3. Vermoedelijke gebruiksduur (in hele jaren)

De meest gebruikte methode om de afschrijving te berekenen is de zogenoemde lineaire methode. De jaarlijkse afschrijving is dan gelijk aan een vast percentage van het verschil tussen de aanschafkosten en de restwaarde.

De formule voor deze berekening van de afschrijving luidt:

(aanschafkosten - restwaarde): vermoedelijke gebruiksduur = afschrijving per jaar

Voorbeeld

U schaft een auto aan. De aanschafprijs van deze auto bedraagt € 25.000, de vermoedelijke gebruiksduur is vijf jaar en de restwaarde na vijf jaar is € 2.500. Berekening van de afschrijving: (€ 25.000 - € 2.500) : 5 = € 4.500 per jaar (jaarlijkse afschrijving). Als u een bedrijfsmiddel maar een deel van het jaar hebt gebruikt, dan mag u alleen over dat deel afschrijven.

Afschrijving onroerende zaken

Afschrijving vindt plaats over de waarde van de opstal (het bouwwerk), niet over de waarde van de ondergrond. Er moet derhalve een splitsing van de kostprijs naar de opstal en de ondergrond worden aangebracht. De opstal kan (afhankelijk van het soort opstal) doorgaans afgeschreven worden in 25 tot 50 jaar.

Sinds 2007 is afschrijving op een gebouw in eigen gebruik alleen mogelijk voor zover de boekwaarde van dat gebouw daardoor niet lager wordt dan de helft van de voor dat jaar geldende WOZ-waarde. Voor gebouwen die verhuurd worden aan derden (en dus niet in eigen gebruik zijn), geldt als bodemwaarde de WOZ-waarde.

Afschrijving goodwill

Sinds 2007 geldt dat goodwill moet worden afgeschreven in ten minste 10 jaar. Jaarlijks mag dus maximaal 10% van de aanschafwaarde worden afgeschreven.

Afschrijving overige bedrijfsmiddelen

Alle overige bedrijfsmiddelen dienen vanaf 2007 te worden afgeschreven in ten minste 5 jaar. Onder deze bedrijfsmiddelen vallen ook computerapparatuur, (tweedehands) auto's, machines etc. Indien de (economische) levensduur van een bedrijfsmiddel langer is dan vijf jaar geldt een afschrijvingstermijn die gelijk is aan deze langere levensduur.

Willekeurige afschrijving als crisismaatregel (voor investeringen in 2009, 2010 en 2011)

Om de economie te stimuleren geldt een willekeurige afschrijvingsmogelijkheid voor de jaren 2009, 2010 en 2011 voor alle ondernemers.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • de maximale afschrijving in het jaar van aanschaf bedraagt 50% van de aanschafwaarde rekening houdend met de restwaarde (overigens wordt in de fiscale literatuur ook wel het standpunt ingenomen dat geen rekening hoeft te worden gehouden met de restwaarde);
  • de bedrijfsmiddelen waar in geïnvesteerd wordt moeten niet uitgezonderd zijn van de regeling (belangrijkste uitzonderingen zijn personenauto's (tenzij deze in de 14% bijtelling categorie vallen), goodwill en bedrijfsmiddelen die bestemd zijn voor de verhuur aan derden).

Normaliter mag pas gestart worden met afschrijven op een bedrijfsmiddel nadat deze in gebruik is genomen. In geval van willekeurige afschrijving geldt een ander criterium. Op het moment dat de verplichting wordt aangegaan (bijvoorbeeld door het tekenen van de koopovereenkomst) mag gestart worden met afschrijven. Wel geldt de beperking dat, zolang het bedrijfsmiddel niet in gebruik is genomen, nooit meer mag worden afgeschreven dan dat feitelijk betaald is.

Voorbeeld

Indien een ondernemer in december 2010 een bestelauto bestelt die in februari 2011 geleverd en in gebruik genomen wordt, dan mag in 2010 al gestart worden met willekeurige afschrijving, indien en voor zover er een (aan)betaling heeft plaatsgevonden in 2010 én met inachtneming van het wettelijk maximumpercentage van 50%. Indien er in 2010 nog niets aanbetaald is, geldt dat in 2010 geen afschrijving plaats kan vinden.

Op 18 mei 2010 is deze maatregel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 uitgebreid op een tweetal punten.

In het hiervoor beschreven voorbeeld geldt nog steeds dat in 2010 geen afschrijving mag plaatsvinden indien er niets is aanbetaald. In mei 2010 is echter besloten dat in dergelijke gevallen de afschrijvingsmogelijkheid voor 2011 wordt uitgebreid. Indien in 2010 geen afschrijving heeft plaats gevonden of dat de afschrijving beperkt wordt doordat nog niet (voldoende) is aanbetaald, dan geldt voor 2011 een ruimere afschrijvingsmogelijkheid. De willekeurige afschrijvingsruimte die niet benut kon worden in 2010 wordt namelijk doorgeschoven naar 2011. Dit betekent dat de afschrijving op de bestelauto in 2011 kan oplopen tot 100%!

Voor investeringenverplichtingen die in 2009 zijn aangegaan of in 2011 worden aangegaan geldt hetzelfde. Dit betekent dat het voor u aantrekkelijk zal zijn om verplichtingen met betrekking tot investeringen die u als ondernemer wilt doen in 2012, al aan te gaan in 2011. in dat geval heeft u de mogelijkheid om uw investeringen in 2012 volledig af te schrijven van de belastbare winst.

De tweede uitbreiding van de regeling is dat ten aanzien van investeringen die in 2009, 2010 en 2011 zijn aangegaan geldt dat de willekeurige afschrijving zich niet tot de eerste twee jaar beperkt maar ook tot latere jaren. Voor dergelijke investeringen geldt dus dat deze ook in latere jaren (voor zover dit nog niet is gebeurd) willekeurige afschrijving mag plaatsvinden.

Voorbeeld

U koopt een machine in 2011. U kunt in 2011 starten met willekeurig afschrijven. In verband met compensabele verliezen is het voor u in 2011 niet aantrekkelijk om maximaal af te schrijven op de investering. In 2011 schrijft u 25% af. De resterende 75% kunt u in latere jaren ook willekeurig afschrijven. Dit kan betekenen dat u in 2012 tot 75% kunt afschrijven op de machine.

Om fiscaal maximaal te profiteren zult u zorgvuldig moeten plannen hoe u het beste gebruik kunt maken van deze crisisfaciliteit.

Uw BCN belastingadviseur kan bekijken of u de regeling mag toepassen en of dit voordelig is.

Willekeurige afschrijving overige

Er bestaat ook een willekeurige afschrijvingsfaciliteit voor milieu-investeringen en investeringen in zeeschepen.

Wilt u meer weten?

Neem dan contact met een belastingadviseur bij u in de buurt.

Laatst aangepast op maandag, 02 juli 2012 09:29
Redactie Belasting Collectief Nederland

De leden van Belasting Collectief Nederland specialiseren zich voornamelijk in belastingadvies aan bedrijven. Dankzij onze bijzondere werkwijze kunnen zij zeer hoogwaardige dienstverlening aanbieden tegen zeer concurrerende tarieven. Dit betekent voor u aanzienlijke kostenbesparingen.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login