Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
dinsdag, 13 september 2011 13:37

Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein

Geschreven door 

BV X kocht op 13 november 2006 drie percelen grond van de gemeente waarop zich een parkeerterrein en een voormalige bibliotheek bevonden. BV X wilde de percelen gaan gebruiken voor woningbouw. In januari en februari 2007 werd het bibliotheekgebouw in opdracht van de gemeente gesloopt en het slooppuin verwijderd. Op 2 maart 2007 werden de percelen aan BV X geleverd. Op de door BV X ontwikkelde bouwplannen was nog geen bouwvergunning verleend. Na de levering was het gedeelte van het perceel waarop het gebouw had gestaan in opdracht en voor rekening van BV X geëgaliseerd. BV X stelde dat de verkrijging vrijgesteld was van overdrachtsbelasting, omdat sprake was van een met BTW belaste levering van een bouwterrein.

Hof Arnhem verklaarde het beroep van BV X ongegrond. BV X ging in cassatie en stelde dat de levering niet viel binnen het bereik van de vrijstelling van BTW voor de levering van onroerende goederen. De Hoge Raad besliste dat de sloop zelf geen bewerking was in de zin van artikel 11, lid 4, letter a, Wet OB, ook niet als de sloop was verricht met het oog op latere nieuwbouw op de vrijkomende grond. De Hoge Raad vroeg zich af of de vrijheid van lidstaten om het begrip "bouwterrein" te omschrijven, zo ver ging dat een lidstaat de levering van onbebouwde grond die was ontstaan na sloop van de voorheen aanwezige opstal, mocht vrijstellen van BTW, ook als de sloop had plaatsgevonden met het oog op het opnieuw bebouwen van de grond. De Hoge Raad besloot daarom een prejudiciële vraag voor te leggen aan het EU-Hof van Justitie. De Hoge Raad hield iedere verdere beslissing aan en schorste het geding totdat het EU-Hof uitspraak heeft gedaan.

Redactie Fiscaal up to Date  13-9-2011

Fiscaal up to Date

Laatst aangepast op woensdag, 14 september 2011 07:33
Fiscaal up to Date

Fiscaal up to Date brengt u elke week toegankelijker, sneller en kritischer dan wie ook op de hoogte van ál het fiscale nieuws en wat daarmee direct en indirect verband houdt. De belangrijkste, de interessantste en meeste bijzondere zaken worden voorzien van voor de praktijk noodzakelijke commentaren.

Van alle rechterlijke uitspraken wordt nog geen 5% voor publicatie vrijgegeven, terwijl steeds weer blijkt dat ook de overige 95% voor de adviespraktijk van groot belang is of kan zijn.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login