Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
dinsdag, 26 juni 2012 12:25

Lening 'omlaag' die niet door bank zou zijn verstrekt was onzakelijk

Geschreven door 

De fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting BV X maakte sinds april 2004 samen met dochter BV Y deel uit van een Nederlands familieconcern dat zich bezighield met de productie en verkoop van kaasproducten. BV X richtte in augustus 2003 Z GmbH in Duitsland op. Het doel was om een afzetgebied in Duitsland te verwerven. Op dezelfde dag verstrekte BV X een lening aan GmbH van € 1,7 mln, met een rente van 5%. De overeenkomst eindigde in augustus 2008 en er was geen aflossingsschema overeen gekomen. Als zekerheden waren gesteld de vorderingen, machines en voorraden van Z GmbH. In januari 2005 was een aanvulling gemaakt op de lening en was het leningbedrag verhoogd met € 810.000. In december 2005 was overeengekomen dat BV X voor € 450.000 was achtergesteld ten opzichte van overige schuldeisers. De reden daarvan vloeide voort uit de Duitse wetgeving. Bij een negatief eigen vermogen van een GmbH moest dit worden aangezuiverd. De achtergestelde lening werd naar Duits recht aangemerkt als eigen vermogen. Ook dochter BV Y verstrekte leningen aan Z GmbH. De inspecteur accepteerde zowel in 2004 als 2005 (gedeeltelijk) de afwaarderingen van de vorderingen op Z GmbH maar de afwaardering in 2006 accepteerde hij niet. Daarnaast corrigeerde de inspecteur de belastbare winst met rentebaten omdat op de vorderingen op Z GmbH geen rentebaten in aanmerking waren genomen. BV X ging in hoger beroep. Hof Amsterdam stelde voorop dat in hoger beroep partijen het erover eens waren dat fiscaalrechtelijk sprake was van een lening en niet van informeel kapitaal. De vraag resteerde of de lening aan Z GmbH van in totaal € 864.137 een onzakelijke lening was in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2011.

Het Hof besliste dat sprake was van een geldlening van een moedermaatschappij aan een dochtermaatschappij, een zogenoemde lening omlaag. Uit de inmiddels gewezen jurisprudentie bleek volgens het Hof, anders dan BV X bepleitte, dat bij de beantwoording van de vraag of sprake was van een onzakelijke lening het niet relevant was of de lening was verstrekt aan een moeder (omhoog) of aan een (klein)dochter (omlaag) of aan een zustermaatschappij (opzij). In alle gevallen was de onzakelijke aanvaarding van een debiteurenrisico immers gebaseerd op de aandeelhoudersrelatie. Omdat het eigen vermogen van Z GmbH op het moment van het verstrekken van de geldlening negatief was, haar resultaten over 2003 en 2004 negatief waren, er geen zekerheden waren gesteld en een aflossingsschema ontbrak, was het volgens het Hof aannemelijk dat geen rente kon worden betaald. Het ging dan om rente die een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest bij eenzelfde lening, onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden te verstrekken. Het Hof nam daarbij in aanmerking de verklaring namens BV X op de zitting dat een bank niet bereid zou zijn geweest een dergelijke lening te verstrekken. Hieruit volgde dat BV X het debiteurenrisico op de lening had aanvaard in het kader van haar aandeelhoudersrelatie. De stelling van BV X dat een andere kaasfabriek met overcapaciteit wel bereid zou zijn geweest eenzelfde lening te verstrekken aan Z GmbH was volgens het Hof op zich juist. Dit kon BV X echter niet baten omdat die stelling niet nader was onderbouwd. Het Hof besliste dat de lening onzakelijk was. Het Hof sloot zich voor de rentecorrectie aan bij de Rechtbank bereikte overeenstemming tussen BV X en de inspecteur. Het Hof verklaarde het hoger beroep van BV X ongegrond.

futd

Fiscaal up to Date

Fiscaal up to Date brengt u elke week toegankelijker, sneller en kritischer dan wie ook op de hoogte van ál het fiscale nieuws en wat daarmee direct en indirect verband houdt. De belangrijkste, de interessantste en meeste bijzondere zaken worden voorzien van voor de praktijk noodzakelijke commentaren.

Van alle rechterlijke uitspraken wordt nog geen 5% voor publicatie vrijgegeven, terwijl steeds weer blijkt dat ook de overige 95% voor de adviespraktijk van groot belang is of kan zijn.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login