Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
dinsdag, 23 oktober 2012 10:01

Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs

Geschreven door 

BV X en BV Y hielden zich bezig met houdster- en financieringsactiviteiten. Ultimo 2003 bedroegen de verliezen van BV X € 289.789 en die van BV Y 637.564. In juni 2004 verkochten BV X en BV Y hun aandelen in een Spaanse deelneming en leenden zij het verkoopbedrag grotendeels uit aan NV A, hun gezamenlijke moedermaatschappij op de Antillen, die het weer doorleende aan haar aandeelhoudster, een Liechtensteinse trust. Het resultaat van BV X en BV Y bestond in 2004 en 2005 uitsluitend uit de op die leningen ontvangen rente. BV X en BV Y verrekenden hun winsten in 2004 en 2005 met de tot 2003 geleden verliezen, maar de inspecteur stelde dat de verliesverrekeningsbeperking van artikel 20, lid 4, Wet Vpb van toepassing was. BV X en BV Y gingen in beroep.

Hof Amsterdam besliste in navolging van Rechtbank Haarlem dat de houdsterverliesregeling ook van toepassing was op de voorwaartse verrekening van verliezen die waren ontstaan voor de invoering van de regeling per 1 januari 2004, hoewel deze verliezen in het jaar waarin ze waren geleden nooit waren geëtiketteerd als houdster- of financieringsverliezen. De verliesverrekeningsbeperking was volgens het Hof van toepassing, omdat BV X en BV Y het verkoopbedrag van hun deelneming hadden uitgeleend aan de Antilliaanse moeder. Dat had geleid tot een verhoging van het saldo van gelieerde vorderingen en schulden. Anders dan de Rechtbank kwam het Hof echter tot de conclusie dat BV X en BV Y hadden bewezen dat deze wijziging van het saldo niet in overwegende mate was gericht op een verruiming van de verliesverrekening (art. 20, lid 5, Wet Vpb). Het binnen concern uitlenen van de verkoopopbrengst van de Spaanse deelneming was volgens het Hof aan te merken als een handeling die paste binnen het normale patroon van de bedrijfsuitoefening binnen het concern, waartoe BV X en BV Y behoorden. Het Hof was het niet eens met het standpunt van de inspecteur dat het tegenbewijs van artikel 20, lid 5, Wet Vpb alleen erop kon zijn gebaseerd dat de toename van het saldo van gelieerde vorderingen en schulden was veroorzaakt door enigerlei externe factor. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de BV's gegrond.

 

Redactie Fiscaal up to Date  23-10-2012

Fiscaal up to Date

Fiscaal up to Date

Fiscaal up to Date brengt u elke week toegankelijker, sneller en kritischer dan wie ook op de hoogte van ál het fiscale nieuws en wat daarmee direct en indirect verband houdt. De belangrijkste, de interessantste en meeste bijzondere zaken worden voorzien van voor de praktijk noodzakelijke commentaren.

Van alle rechterlijke uitspraken wordt nog geen 5% voor publicatie vrijgegeven, terwijl steeds weer blijkt dat ook de overige 95% voor de adviespraktijk van groot belang is of kan zijn.

Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login