Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
woensdag, 16 november 2011 08:30

Nieuwe regeling rechtsbescherming tegen controlehandelingen

Geschreven door  mr. dr. Gerhard Sjobbema

Op 1 juli 2011 bestaat er in Nederland een verbeterde bescherming tegen controlehandelingen van de Belastingdienst. De Wet houdende bepalingen "ten behoeve van de rechtsbescherming met betrekking tot de administratieplicht en controlehandelingen van de fiscus" is vanaf deze datum van kracht geworden. Hierna wordt op hoofdlijnen de nieuwe regeling weergegeven.

De nieuwe regeling bevat allereerst een mogelijkheid om in bezwaar te gaan tegen informatieverzoeken van de Belastingdienst of een opgelegde administratieplicht. Tot de invoering van de nieuwe wet kon daartegen geen bezwaar of beroep worden aangetekend als gevolg van het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht. Het belastingrecht wijkt daarmee af van het bestuursrecht in het algemeen. Sterker nog, de inspecteur kon tot de invoering van de nieuwe regeling overgaan tot omkering van de bewijslast en een aanslag opleggen op grond van een schatting. Bij omkering van de bewijslast wordt de bewijslast verschoven van de Belastingdienst naar de belastingplichtige. De bewijslast wordt daarmee bovendien verzwaard voor de belastingplichtige. In plaats van dat de inspecteur zijn standpunt aannemelijk dient te maken moet bij omkering van de bewijslast de belastingplichtige (overtuigend) aantonen dat de opgelegde aanslag niet correct is. Dit was met name een frustrerende gang van zaken voor belastingplichtigen die gegronde redenen hadden om te twijfelen aan de rechtmatigheid van het informatieverzoek. Het niet voldoen aan een informatieverzoek had omkering van de bewijslast tot gevolg en was derhalve een groot risico. Daarnaast liep de belastingplichtige het risico om strafrechtelijk te worden vervolgd. Een oplossing was slechts te vinden in het maken van bezwaar tegen de onderhavige aanslag. Maar duidelijk was dat een belastingplichtige wel twee keer nadacht voordat hij besloot geen gehoor te geven aan een informatieverzoek.

De nieuwe wet maakt het voor de inspecteur onmogelijk om bij voorbaat en bij de geringste tekortkoming van de belastingplichtige de sanctie van omkering van de bewijslast toe te passen. Om die sanctie überhaupt te kunnen toepassen, is het noodzakelijk dat de inspecteur allereerst en voorafgaande aan de toepassing van omkering van de bewijslast een informatiebeschikking afgeeft aan de belastingplichtige. Een dergelijke beschikking moet de inspecteur afgeven wanneer de belastingplichtige weigert te voldoen aan een informatieverzoek. Een informatiebeschikking kan worden afgegeven bij informatieverzoeken die zijn gericht aan de belastingplichtige zelf en met betrekking tot zijn eigen belastingplicht. Daarnaast kan een beschikking worden afgegeven indien de inspecteur een administratieplicht oplegt en de betrokkene het daar niet mee eens is en daar om die reden geen gehoor aan geeft. Een informatiebeschikking wordt niet afgegeven in geval van informatieverzoeken in het kader van een derdenonderzoek. In de informatiebeschikking staat vermeld dat de ondervraagde niet of niet in voldoende mate gehoor heeft gegeven aan het informatieverzoek. Wanneer geen informatiebeschikking wordt afgegeven, is omkering van de bewijslast niet mogelijk. Daarnaast kan worden opgemerkt dat sprake is van schorsende werking (dat wil zeggen dat er geen omkering van de bewijslast plaatsvindt) zolang de bezwaar of beroepsfase nog loopt en zolang het bezwaar of beroep aanhangig is.

Wanneer de rechter oordeelt dat het informatieverzoek rechtens is, dient de belastingplichtige alsnog te voldoen aan het informatieverzoek. De rechter geeft de belastingplichtige dan alsnog een termijn om te voldoen aan het informatieverzoek (art. 27e, lid 2, AWR). Een nieuwe termijn wordt echter niet verleend indien sprake is van kennelijk misbruik van procesrecht. Daarvan is bijvoorbeeld sprake indien de belastingplichtige probeert tijd te rekken door middel van de procedure. Wanneer de belastingplichtige binnen de termijn alsnog voldoet aan het informatieverzoek, vindt geen omkering van de bewijslast plaats. Indien de rechter oordeelt dat het informatieverzoek onrechtmatig is, dan bestaat er voor de belastingplichtige geen verplichting meer om te voldoen aan het informatieverzoek en vindt evenmin omkering van de bewijslast plaats.

Hiervoor is aangegeven dat aan zogenaamde administratieplichtigen aan wie in het kader van een fiscaal derdenonderzoek een informatieverzoek wordt gericht geen informatiebeschikking wordt afgegeven, indien zij weigeren gehoor te geven aan het verzoek. In plaats daarvan hebben deze administratieplichtigen wel de mogelijkheid om een kostenvergoeding te vorderen in geval zij van mening zijn dat het informatieverzoek onrechtmatig is en zij ter uitvoering daarvan kosten hebben gemaakt. Bij een verzoek om een kostenvergoeding geeft de inspecteur een kostenvergoedingsbeschikking af, waartegen in bezwaar en beroep kan worden gekomen (Vide art. 53, lid 5 en art. 52, lid 7 AWR).

Wat betreft de administratieverplichting is er ook nieuws onder de zon. Ook in dat verband is de rechtsbescherming verbeterd. Wanneer de inspecteur aan een bepaalde belastingplichtige een administratieverplichting oplegt of wanneer de inspecteur aanwijzingen geeft omtrent de opzet en invulling van de administratie, kan dat voor de betrokkene een reden zijn om daar in rechte tegen op te komen. Indien de betrokkene van mening is dat het opleggen van een administratieverplichting of de aanwijzingen omtrent de opzet en invulling ervan onrechtmatig zijn, kan de betrokkene in rechte een vergoeding van de integrale kosten vorderen, indien inderdaad sprake is van een onrechtmatig karakter in voornoemde zin. Ook dan wordt op verzoek een kostenvergoedingsbeschikking afgegeven en bestaat de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Er kan dan door de inspecteur in bezwaar dan wel de rechter in beroep een redelijke kostenvergoeding worden toegekend. Hamvraag is vervolgens wat onder "redelijk" moet worden verstaan. De praktijk zal dit moeten uitwijzen.

Wat betekent de nieuwe regeling voor de praktijk? Het zal duidelijk zijn dat hierover op dit moment nog weinig duidelijkheid bestaat. Wel kan worden opgemerkt dat de bevoegdheden van de Belastingdienst om gegevens en stukken op te vragen zeer ruim zijn. Bovendien zijn gegevens en stukken al zeer snel van belang voor de belastingheffing. Ook de Hoge Raad heeft dat standpunt in het verleden al eens bevestigd. Ik acht de kans op voorhand dan ook klein dat een rechter in voorkomende gevallen zal oordelen dat er sprake is van een onrechtmatig informatieverzoek. Niettemin zal het voor belastingplichtigen wel een uitkomst zijn dat een onafhankelijke rechter een oordeel zal vellen. Daar wordt over het algemeen toch meer vertrouwen aan ontleend dan wanneer de inspecteur zelf een oordeel geeft over de rechtmatigheid van een informatieverzoek. De nieuwe regeling dient dan uiteindelijk wel degelijk het voordeel van de twijfel te worden gegeven. We mogen bovendien van geluk spreken dat de huidige Minister van Justitie in het kader van de bezuinigingen niet heeft besloten om het wetsvoorstel in te trekken. Principes hebben nu eenmaal een prijs.

Groningen, 15 november 2011

mr. dr. Gerhard Sjobbema
Advocaat en fiscaal jurist
Heresingel 26 Advocatuur B.V. te Groningen

Laatst aangepast op woensdag, 16 november 2011 09:32
Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login