Belasting Collectief Nederland

Dutch Chinese (Simplified) English French German Spanish
vrijdag, 11 februari 2011 11:21

De fiscale risicoaansprakelijkheid

Geschreven door 

"Waarom moeilijk doen, als het makkelijker kan?” moet de wetgever hebben gedacht bij de redactie van de aansprakelijkheidsbepalingen in de Invorderingswet. Het is een logische gedachte dat u aansprakelijk bent voor het handelen of nalaten van een derde als u in dat verband verwijtbaar hebt gehandeld. De meest prominente aansprakelijkheidsbepaling die wij kennen in algemene zin is die van de onrechtmatige daad. Deze bepaling is zo algemeen bekend dat zelfs in reclamespots men kan volstaan met alleen het noemen van het artikelnummer (6:162 BW). De onrechtmatige daad is een zogenaamde schuldaansprakelijkheid. Pas bij aantoonbaar verwijtbaar handelen kan men aansprakelijk worden gehouden. Ook de Belastingontvanger kan van deze algemene – civielrechtelijke – aansprakelijkheidsbepaling gebruik maken. Dat komt echter zelden voor. Waarom? Omdat de fiscus beschikt over een heel arsenaal van aansprakelijkheidsbepalingen, waar het merendeel bestaat uit risicoaansprakelijkheidsbepalingen. Het kenmerk van een risicoaansprakelijkheid is juist de aansprakelijkheid als een bepaald risico zich verwezenlijkt.

De wetgever heeft de Belastingdienst willen helpen door juist veel aansprakelijkheidsbepalingen te construeren als een risicoaansprakelijkheid. Daarmee wordt het voor de Belastingdienst gemakkelijker om aansprakelijk te stellen. Natuurlijk met als achterliggend doel het invorderen van belastingschulden ten behoeve van de staatskas.

Ik wil in dit artikel de aandacht vestigen op het risico-element als aandachtspunt voor het handelen in het economisch verkeer. Het is namelijk zo dat door de risicoaansprakelijkheid men in het economisch verkeer rekening moet houden met de risico-elementen. Ik noem een aantal fiscale aansprakelijkheidsbepalingen met de risicobestanddelen. Het is een kleine opsomming ter illustratie.

Bij de inlenersaansprakelijkheid is de inlener aansprakelijk voor de onbetaald gebleven loonheffing of omzetbelasting van de uitlener. Het risico zit in het inlenen van personeel dat onder toezicht of leiding van de inlener werkzaam is bij de inlener. Het puur inlenen levert dus al een risico op. Er is een disculpatiemogelijkheid, maar die is nauwelijks te gebruiken. De inlener kan zich alleen disculperen indien hem én de uitlener geen verwijt valt te maken dat de loonheffing of omzetbelasting niet betaald is. Het is vaak juist de uitlener waar de verwijtbaarheid wel aanwezig is en daar kan de inlener zich niet tegen wapenen. De enige bescherming tegen de gevolgen van een aansprakelijkstelling is het storten op de G-rekening (of de rechtstreekse storting bij de Belastingdienst).

Voor de ketenaansprakelijkheid geldt hetzelfde in het geval een aannemer een onderaannemer met personeel inschakelt. Ook in dat geval is het risico dat de loonheffing niet wordt betaald door de onderaannemer een element waarvan de aannemer zich bewust moet zijn. Ook hier kan het gevolg van een aansprakelijkheid worden beperkt door storting op de G-rekening danwel rechtstreekse storting bij de Belastingdienst.

De bestuurdersaansprakelijk, waarbij een bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor de onbetaalde loonheffing en omzetbelasting van diens BV, is opgezet als een schuldaansprakelijkheid. De belastingontvanger moet immers aantonen dat er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur van de bestuurder. Er moet dus aantoonbaar verwijtbaar zijn gehandeld door de bestuurder. Dat is de theorie. De realiteit is dat het merendeel van de aansprakelijkstellingen (eigen inschatting) op grond van de bestuurdersaansprakelijkheid is gebaseerd op het niet (tijdig) melden van de betalingsonmacht. In dat geval is de aansprakelijkheid een gegeven op basis van een wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het feit dat alleen het niet of niet tijdig voldoen aan een administratieve handeling (melden betalingsonmacht) al kan leiden tot de zware hoofdelijke aansprakelijkheid, maakt het naar mijn mening al een feitelijk risicoaansprakelijkheid.

Bij een verkoper van diens aandelen waarbij het vermogen van de BV bestaat uit 30% of meer beleggingsvermogen en er sprake is van stille danwel fiscaal toegestaan reserves, is de aansprakelijkheid al bij verkoop een gegeven. Het risico element ontstaat al direct bij de verkoop van de aandelen. Als vervolgens de koper van de aandelen de BV leeg trekt zonder fiscale afrekening, dan komt die rekening uiteindelijk terecht bij de verkoper van de aandelen. De aansprakelijkstelling is dan ook alleen te beperken door een zekerheidstelling ten gunste van de belastingontvanger.

Het is daarom al met al goed om te beseffen dat deze kleine opsomming al duidelijk maakt dat een aansprakelijkstelling in een klein hoekje ligt en dat dit bij alle transacties in het economisch verkeer goed in de gaten wordt gehouden. Uw belastingadviseur kan u helpen om deze risico’s in beeld te brengen zodat u daar ook naar kunt handelen. Hebt u nog geen belastingadviseur of wilt u een second opinion? Neem contact op met een BCN Belastingadviseur.

In een volgend artikel zal ik wat dieper ingaan op de mogelijke algemene verweergronden tegen een fiscale aansprakelijkstelling.

mr. M.F. (Marco) Bezoet de Bie
B&B Van der Vis en Den Boer Accountants en Adviseurs (Texel)
MB Legal & Tax (Alkmaar/Middenbeemster)

Laatst aangepast op vrijdag, 11 februari 2011 13:12
Log in om reacties te plaatsen

Tweets

Login