De omzetbelasting (BTW) kent een eigen ondernemersbegrip. Ieder bedrijf en iedereen die een zelfstandig beroep uitoefent is BTW-plichtig. Dit betekent dat samenwerkingsverbanden zoals vennootschappen onder firma of maatschappen die niet zelfstandig belastingplichtig zijn voor de heffing van inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting wel zelfstandig belastingplichtig zijn voor de heffing van omzetbelasting. Daarnaast is ook degene die een vermogensbestanddeel exploiteert (bijvoorbeeld iemand die een onroerende zaak verhuurt) BTW-plichtig.
Omzetbelasting
Vrijgestelde prestaties voor de heffing van omzetbelasting
In de Wet op de omzetbelasting is een groot aantal vrijstellingen opgenomen voor de heffing van omzetbelasting (BTW). Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste vrijstellingen.
Onroerende zaken en omzetbelasting
Een handeling met betrekking tot een onroerende zaak heeft alleen gevolgen voor de heffing van omzetbelasting (BTW) voor degene die kwalificeert als omzetbelastingplichtige (BTW-ondernemer). Zo zal een particulier die zijn eigen woning verkoopt nooit te maken krijgen met BTW-heffing.
Intracommunautaire leveringen en verwervingen
Een intracommunautaire levering is een fysieke levering van goederen door een ondernemer aan een andere ondernemer die gevestigd is in een ander EU-land. Van belang is daarbij dat de ondernemer in dat andere land beschikt over een zgn. BTW-identificatienummer. Dit nummer kan bij twijfel gecontroleerd worden bij de belastingdienst. Ook moet er een bewijs van vervoer overlegd kunnen worden. De ondernemer die een dergelijke levering doet en voldoet aan de voorwaarden mag het nultarief toepassen. De ondernemer in het andere EU-land draagt BTW af in dat land. Indien het nultarief ten onrechte wordt toegepast, zal alsnog BTW verschuldigd zijn door de leverende ondernemer en worden door de belastingdienst doorgaans boetes opgelegd.
Intracommunautaire diensten
Een intracommunautaire dienst is een dienst door een ondernemer aan een ondernemer die gevestigd is in een ander EU-land. Van belang is daarbij dat de ondernemer in dat andere land beschikt over een zgn. BTW-identificatienummer. Dit nummer kan bij twijfel gecontroleerd worden bij de belastingdienst. De ondernemer die een dergelijke dienst verricht en voldoet aan de voorwaarden mag normaliter het nultarief toepassen. Op deze hoofdregel is een aantal uitzonderingen; zo worden diensten m.b.t. onroerende zaken altijd belast in het land waar de onroerende zaak ligt. De ondernemer in het andere EU-land draagt BTW af in dat land. Indien het nultarief ten onrechte wordt toegepast zal alsnog BTW verschuldigd zijn door de leverende ondernemer en worden door de belastingdienst doorgaans boetes opgelegd.

